Wat is stotteren

Je praat over stotteren als je langdurig (ten minste 3 maanden) last hebt van ernstige verstoringen in je vloeiendheid van spreken. De onregelmatigheden hebben betrekking op een woord en hebben niks te maken met grammatica of zinsbouw.

Wat is stotteren?

Je praat over stotteren als je langdurig (ten minste 3 maanden) last hebt van ernstige verstoringen in je vloeiendheid van spreken. De onregelmatigheden hebben betrekking op een woord en hebben niks te maken met grammatica of zinsbouw. Het kan om de volgende haperingen gaan:

    • Herhaling van klanken (wil je w-w-wat drinken?)
    • Herhaling van lettergrepen (wil je wat dri-dri-drinken?)
    • Verlenging van klanken (wiiiil je wat drinken?)
    • Verlenging van lettergrepen (wil je wat drinnnken?)
    • Vastzitten op beginklanken (wwwil je wat drinken?)
    • Veel aarzelingen of pauzes (wil … je ……… wat drinken?)

De feiten

      Stotteren ontstaat meestal op jonge leeftijd, tussen het tweede en het vijfde levensjaar. De tijd dat kinderen leren praten. Bij 20% van de kinderen worden onregelmatigheden opgemerkt die ouders zorgen baren. In de meeste gevallen gaan deze vanzelf weer over. In 5% van de gevallen duren deze onregelmatigheden 6 maanden of langer, maar gaan ze ook weer over later in de latere kindertijd. Bij slechts 1% van de mensen houdt het stotteren aan. 1% van de wereldbevolking stottert. In Nederland zijn dat zo’n 170.000 mensen. Stotteren komt vier keer zoveel voor bij mannen als bij vrouwen en komt in alle sociale lagen van de bevolking evenveel voor.

Hoe werkt stotteren?

      Stotteren ontstaat door verkeerde boodschappen van je brein naar je spreekspieren en omgekeerd. Om de juiste klank te produceren is het nodig dat de spieren die je bij het spreken gebruikt op het goede moment met de juiste kracht en snelheid samentrekken. Zoals hierboven beschreven gebruiken we zo’n 100 spieren bij het produceren van een klank. We spreken gemiddeld zo’n 15 klanken per seconde uit. Dat betekent dat er 100 x 15 = 1500 spieren per seconde actief zijn bij het spreken. Het motorische gedeelte in de hersenen zorgt hierbij voor de goede timing en coördinatie. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die stotteren en slechte spraakmotoriek hebben. Er gaat dus ergens iets mis in de timing, snelheid of kracht van de spreekspieren. Dit komt door een verkeerde boodschap van het spraakmotorische gedeelte in het brein. Dit gedeelte is gelokaliseerd in de linker hersenhelft.

Verborgen stotteren

      Het stotteren zelf wordt het topje van de ijsberg genoemd. Stotteren is het stukje dat je van buiten kunt waarnemen, maar van binnen speelt er minstens zo veel bij een stotteraar. Alleen kunnen we dat niet zien. Het wordt ook wel verborgen stotteren genoemd. Zo kunnen mensen die stotteren er erg onzeker en angstig van worden en een gevoel van minderwaardigheid ervaren. Ze kunnen bijvoorbeeld de gedachte ontwikkelen dat stotteren raar of stom is. Of dat anderen ze hierdoor raar of stom vinden.

Trucjes

      Als reactie gaan stotteraars het stotteren zoveel mogelijk uit de weg. Ze vermijden of vervangen bijvoorbeeld letters, woorden of zinnen die ze moeilijk vinden of proberen zo min mogelijk (in het openbaar) te spreken. Zo ontwikkelen stotteraars een wereld aan trucjes om met hun gestotter om te gaan. Met het gevolg dat er nog meer nadruk op het spreken wordt gelegd en dat er spanningen en emoties kunnen ontstaan waardoor het stotteren kan verergeren. Je komt dan in een vicieuze cirkel terecht. Het verborgen stotteren is dus een minstens zo groot probleem als het stotteren op zich, omdat de stotteraar hier het meest last van heeft en het stotteren in stand houdt.

Fases van het stotteren

      Globaal gezien kan je de ontwikkeling van het stotteren indelen in vier fases:

      1. Woorden, lettergrepen en klanken worden herhaald.
        Dit gebeurt in de meeste gevallen onder invloed van emoties, enthousiasme of gespannenheid. Er zijn ook periodes dat er vloeiend gesproken wordt. Deze fase vindt meestal plaats in de peutertijd en veel kinderen herstellen zich uit deze fase
      2. Het kind wordt er zich bewust van dat het moeite heeft met spreken.
        Het gaat zichzelf labelen als stotteraar en een verwachtingspatroon ontwikkelen. Deze fase ontwikkelt zich in de schoolleeftijd
      3. Frustratie rondom het spreken speelt een grote rol.
        De neiging tot het vermijden staat hierin centraal. De situaties waarin wordt gestotterd is uitgebreid. O.a. pubers en volwassenen kunnen hiermee kampen.
      4. Het stotteren staat centraal.
        Het vormt een groot probleem voor de spreker. Zodanig dat er sociale angst uit is ontstaan en er spreekangst bestaat.

Deze fases hoeven niet allemaal voor te komen. In welke fase men zich bevindt of waarin men komt heeft ook te maken met persoonlijkheid. In de regel geldt: hoe eerder je hulp zoek bij het stotteren hoe beter en sneller je ervan af komt en hoe minder kans om in de laatste fases te geraken. Spreeksucces.nl kan je hierbij helpen!

Blijf op de hoogte

[yks-mailchimp-list id="4be02d3ee9"]

Social

twittericon

Jij en spreeksucces

Goed kunnen communiceren is belangrijk. Het zorgt er zelfs voor dat je meer uit het leven kunt halen. Dat je meer geluk ervaart. Spreeksucces helpt jou het meeste uit jouw communicatie te halen.

Meer

Privacy Policy